Testmethoden voor de prestaties vanelektro-optische modulator
1. Stappen voor de halfgolfspanningstest voorelektro-optische intensiteitsmodulator
Neem bijvoorbeeld de halfgolfspanning op de RF-aansluiting. De signaalbron, het te testen apparaat en de oscilloscoop zijn met elkaar verbonden via een driewegschakelaar. Bij het meten van de halfgolfspanning op de Bias-aansluiting dient u deze aan te sluiten volgens de stippellijn.
b. Schakel de lichtbron en de signaalbron in en voer een zaagtandgolfsignaal (de gebruikelijke testfrequentie is 1 kHz) toe op het te testen apparaat. De piekspanning (Vpp) van het zaagtandgolfsignaal moet groter zijn dan tweemaal de halfgolfspanning.
c. Schakel de oscilloscoop in;
d. Het uitgangssignaal van de detector is een cosinussignaal. Noteer de zaagtandgolfspanningswaarden V1 en V2 die corresponderen met de aangrenzende pieken en dalen van dit signaal. e. Bereken de halfgolfspanning volgens formule (3).

2. Teststappen voor de halfgolfspanning vanelektro-optische fasemodulator
Na het aansluiten van het testsysteem moet het optische padverschil tussen de twee armen die de optische interferometerstructuur vormen, binnen de coherentielengte vallen. De signaalbron en de RF-aansluiting van het te testen apparaat, evenals kanaal 1 van de oscilloscoop, worden via een driewegschakelaar aangesloten. Na het aansluiten van het testsysteem moet het optische padverschil tussen de twee armen die de optische interferometerstructuur vormen, binnen de coherentielengte vallen. De signaalbron en de RF-aansluiting van het te testen apparaat, evenals kanaal 1 van de oscilloscoop, worden via een driewegschakelaar aangesloten en de ingangspoort van de oscilloscoop wordt ingesteld op een hoge impedantie.
b. Schakel de laser en de signaalbron in en voer een zaagtandgolfsignaal met een bepaalde frequentie (typische waarde 50 kHz) toe aan het te testen apparaat. Het uitgangssignaal van de detector is een cosinussignaal. De Vpp van het zaagtandgolfsignaal moet groter zijn dan tweemaal de halfgolfspanning, maar mag het door de modulator gespecificeerde ingangsspanningsbereik niet overschrijden, zodat het cosinussignaal van de detector ten minste één volledige cyclus vertoont.
c. Noteer de zaagtandgolfspanningswaarden V1 en V2 die overeenkomen met de aangrenzende pieken en dalen van het cosinussignaal;
d. Bereken de halfgolfspanning volgens formule (3).
3. Invoegverlies van elektro-optische modulatoren
Teststappen
Nadat je de lichtbron en de polarisator hebt aangesloten, schakel je de lichtbron in en meet je het optische ingangsvermogen Pi van het te testen apparaat met een optische vermogensmeter.
b. Sluit het te testen apparaat aan op het testsysteem en verbind de uitgangsaansluitingen van de gereguleerde voeding met de pinnen 1 (GND) en 2 (Bias) van demodulator(Bij sommige series modulatoren moet pin 1 van de modulator ook met de behuizing worden verbonden).
c. Stel de uitgangsspanning van de gereguleerde voeding in en test de maximale waarde van de optische vermogensmeter als Pout.
d. Als het te testen apparaat een fasemodulator is, is het niet nodig om een spanningsstabiliserende voeding toe te voegen. De uitgangsspanning (Pout) kan direct worden afgelezen van de optische vermogensmeter.
e. Bereken het invoegverlies volgens formule (1).

Voorzorgsmaatregelen
a. De optische ingang van de elektro-optische modulator mag de kalibratiewaarde op het testrapport niet overschrijden; anders...EO-modulatorzal beschadigd raken.
b. De RF-ingang van de elektro-optische modulator mag de kalibratiewaarde op het testblad niet overschrijden; anders raakt de EO-modulator beschadigd.
c. Bij het opzetten van een interferometer gelden relatief hoge eisen aan de gebruiksomgeving. Omgevingsinvloeden en het bewegen van de optische vezel kunnen beide de testresultaten beïnvloeden.
Geplaatst op: 05-08-2025




